
Op een flexodrukpers is het vaak zo dat wanneer je vage patronen en onduidelijke randen ziet, dit altijd te wijten is aan hetzelfde probleem: de UV-geringe is niet volledig afgerond, of er is een verstoring in de werking van de lamp. Als de uitgangssterkte van de lamp niet constant is, reageren de fotoiniciatoren in de inkt niet volledig. Hierdoor ontstaan er ongehardde inktvlekken op het oppervlak. Een UV-lamp met hoge stabiliteit voorkomt dit probleem vanaf het begin.
Wat er echt toe doet We stellen de spectrale uitgangssterkte in op ongeveer 365 nm en 420 nm. Deze golflengten vielen precies binnen de absorptiegebieden van de acrylaat-fotoiniciatoren in de meeste flexodrukinkten. 365 nm zorgt voor een dieperere verbinding tussen de moleculen, waardoor de inkt sterker wordt. 420 nm dringt wat dieper door en zorgt ervoor dat de harding van de inkt gelijkmatiger verloopt. Dit verminderd de invloed van zuurstof op het productieproces.
Stabiliteit betekent dat de lamp over tijd een constante uitgangssterkte en spectrale distributie behoudt. Hierdoor blijft de energiedichtheid die de inkt krijgt, consistent. Een stabiele lamp, een dichroïsch gecoate reflector en nauwkeurige controle van de temperatuur zorgen ervoor dat de uitgangssterkte constant blijft. Dit voorkomt dat de snelheid van de pers moet worden verlaagd of dat er problemen met de kleurenontwikkeling optreden.
Waarom dit belangrijk is bij een labelpers Bij labelflexodruk gaat het om dunne folies en gecoate papieren die snel moeten worden gedrukt. De UV-software moet dan zeer nauwkeurig werken. Als de UV-lamp stabiel is, blijven de randen van de dots schoon, omdat de inkt zich binnenshuis hardt. Hierdoor kan men gebruikmaken van fijnere schermen, wordt het risico op fouten verminderd en blijft de kleurdichtheid consistent. Dit leidt tot minder verspilde materialen en een consistente prestatie van de pers, zelfs bij hogere snelheden.
Wat je moet controleren Het kiezen van de juiste golflengte is nog maar de helft van het verhaal. De lamp moet ook passen bij het systeem waarin hij wordt gebruikt: de lengte van de boog, de geometrie en de luchtcirculatie. Sommige persen werken bij hogere temperaturen. Controleer dus of de werkomstandigheden van de lamp overeenkomen met die van je machine.
Zorg er ook voor dat de reflector schoon blijft en dat regelmatig controles worden uitgevoerd op de intensiteit van de lamp. Zelfs de stevigste lamp zal niet optimaal functioneren als de coating van de reflector verslechtert of als de hardingskamer niet goed is afgesteld.